osbexact.nl


BKGT Schema's tekenen

In de onderbouw heb je al gewerkt met elektrische materialen. Zowel bij techniek als bij natuurkunde. Bij deze opdrachten ga je de kennis die je in de onderbouw hebt opgedaan ophalen.

Schema’s tekenen betekent dat je een elektrische schakeling tekent in symbolen.
Je tekent niet een mooie artistieke weergave van een lamp, maar je tekent een .

Opdracht 1

Noteer de letter van de foto en het cijfer van het symbool dat bij de foto hoort.

A 1
B 2
C 3
D 4
E 5
F 6

Opdracht 2

Geef aan wat het verschil is tussen een rode aansluitdraad en een blauwe aansluitdraad.

rood blauw

Voedingskast

De gelijkspanning (dc = direct current) aan de rechterkant heeft een zwarte aansluiting voor de - en een rode aansluiting voor de +.
Met de draaiknop kan de spanningswaarde ingesteld worden. Controleer de spanning met een voltmeter. De aangegeven spanningen bij de draaiknop zijn niet nauwkeurig genoeg.
De aanslutingen aan de linkerkant zijn voor wisselspanning (ac = alternating current).

Opdracht 3

Sluit eerst de voeding, de lamp en de ampere-meter aan. Sluit daarna pas de volt-meter aan.

Mirthe wil één lampje aansluiten op een voeding. Ook wil zij de stroomsterkte meten en de spanning die over het lampje staat. Teken onderstaande foto’s over en geef aan hoe Mirthe de onderdelen met elkaar moet verbinden. Teken de draden zoals Mirthe ze moet vastmaken.

Teken de schakeling daarna ook met symbolen.

Beschikbaar materiaal
Bij de volgende opdrachten heb je de beschikking over:

  • 1 voeding
  • 3 lampjes
  • 1 schakelaar
  • 1 volt-meter
  • 1 ampere-meter
  • voldoende aansluitdraden

Je hebt niet altijd alle onderdelen nodig!

Opdracht 4

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij drie lampjes even fel branden.

Opdracht 5

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij drie lampjes even fel branden (maar in een andere schakeling als bij opdracht 4)

Opdracht 6

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij één lampje fel brandt en de twee anderen zwakker.

Opdracht 7

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij je met een schakelaar drie lampjes tegelijk aan en uit kan doen.

Opdracht 8

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij twee lampjes branden. Het derde lampje is uit.
Door op een schakelaar te drukken gaat ook het derde lampje branden.

Opdracht 9

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij drie lampjes branden.
Door op een schakelaar te drukken gaat één van de lampjes uit.

Opdracht 10

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij één lampje brandt. Je meet de stroom door het lampje en de spanning over het lampje.

Opdracht 11

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij drie lampjes branden in een serieschakeling. De spanning over het middelste lampje én de stroomsterkte door alle lampjes wordt gemeten.

Opdracht 12

Bedenk een schakeling en teken een schema waarbij drie lampjes branden in een parallelschakeling. De spanning over het middelste lampje én de stroomsterkte door alle lampjes wordt gemeten.