osbexact.nl


BKGT Elektrische energie E

E = P . t
in Joule (J)

E = energie in J, P = vermogen in W, en t = tijd in s

Voorbeeld 1
Gegeven:
Een tv met een vermogen P = 330 W staat 1 uur (= 3600 seconden) aan.
Gevraagd: de energie E (in J)
Oplossing:
E = P . t = 330 . 3600 = 1.188.000 J = 1,19 MJ

E = P . t
in kilowattuur (kWh)

E = energie in kWh, P = vermogen in kW, en t = tijd in uur

Voorbeeld 2
Gegeven:
Een computer met een vermogen P = 0,5 kW staat 2 uur aan.
Gevraagd: de energie E (in kWh)
Oplossing:
E = P . t = 0,5 . 2 = 1 kWh

Energie (E)
kan uitgerekend worden in Joule en in kilowattuur.

Voorbeeld 3
Gegeven:
Een lamp van 100 W brandt 5 uur.
Gevraagd: de energie E (in J en in kWh)
Oplossing:
E = P . t = 100 . (5 . 3600) = 100 . 18.000 = 1.800.000 J
E = P . t = 0,1 . 5 = 0,5 kWh

Met de gegevens van voorbeeld 3 kan je uitrekenen hoeveel J er in 1 kWh passen!
En dat is altijd zo!
Het is een vaste verhouding, omdat er 1000 W in een kilowatt gaan en 3600 seconden in 1 uur.

kWh en J
Met de gegevens uit voorbeeld 3 kan de volgende berekening gemaakt worden.
Gegeven: E is 1.800.000 Joule (J) of E = 0,5 kilowattuur (kWh).
Oplossing:
0,5 kWh = 1.800.000 J = 1,8 MJ
1 kWh = 3.600.000 J = 3,6 MJ

Opgave 1 BKGT

Een wasdroger (230 V) gebruikt een stroom van 12 A.
Een computer (230 V) gebruikt een stroom van 2,25 A.
Gevraagd:

  1. de energie (E) die de wasdroger gebruikt (in J en kWh)
  2. als de wasdroger 45 minuten nodig heeft om de was te drogen. Hoe lang kan je dan achter de computer zitten als je voor één keer de was op de waslijn te drogen hangt (in plaats van de wasdroger te gebruiken)?