osbexact.nl


BKGT Elektrisch vermogen P

P = U . I

P = vermogen in W, U = spanning in V, I = stroom in A

Voorbeeld
Gegeven:
Een lamp is aangesloten op een spanning U van 230 V
Door de lamp loopt een stroomm I van 0,11 A
Gevraagd: het vermogen P
Oplossing:
P = U . I = 230 . 0,11 = 25 W

Opgave 1 BKGT

Een sigarettenaansteker in een auto bestaat uit een weerstand die warm wordt als die contact maakt met de 12 V accu.
De sigarettenaansteker neemt een vermogen P van 48 W op
Gevraagd: de stroom I en de weerstand R

Opgave 2 BKGT

Een keukenboiler is aangesloten op 230 V. Hij heeft een vermogen P van 2070 W.
Gevraagd: de stroom I

Opgave 3 (B)KGT

  1. Een achterruit verwarming bestaat uit 10 gelijke draden.
    1. Zijn de draden in serie of parallel aangesloten
    2. Als het vermogen P = 60 W, en de spanning U = 12 V, bereken dan de stroom I
    3. Als één draad breekt, wat is dan het vermogen P?
    4. De beslagen achterruit wordt weer helder. Welke fase-overgang speelt hierbij een rol?

Opgave 4 (B)KGT

Een lamp met een weerstand Rlamp = 460 Ω wordt aangesloten op een spanning (U) van 230 V.
Gevraagd:

  1. Hoe helder branden de lamp(en) als (geef de helderheid aan door het vermogen uit te rekenen in Watt):
    1. één lamp is aangesloten;
    2. twee lampen in serie zij aangesloten;
    3. twee lampen parallel zijn aangesloten?