BKGT Parallelschakeling
Naast elkaar.
Zo aangesloten dat dezelfde spanning over elk onderdeel staat.

Elke weerstand R trekt zijn eigen stroom I.
Dus meer stroom uit de batterij!
![]()
Grotere stroom bij dezelfde spanning.
Dus bij
(Wet van Ohm) moet de weerstand R kleiner worden.
De weerstand bereken je met:
Voorbeeld
Ontvanger heeft een luidspreker en een extra luidspreker (voor geluid in een andere kamer).
We bekijken alleen de rechter luidsprekers1
Gevraagd: Als de spanning op de luidsprekers U = 6V.
Wat is dan de totale stroom en de stroom door iedere luidspreker apart?Oplossing:
- de vervangingsweerstand
![]()
(1 / Rv) = 1/8 + 1/4
(1 / Rv) = 3/8
Rv = 8/3 = 2,67 ohm- de stroom
Itotaal = U / R = 6 / 2,67 = 2,25 A
I1 = U / R1 = 6 / 8 = 0,75 A
I2 = U / R2 = 6 / 4 = 1,50 A- controle of het klopt
Itotaal = I1 + I2
2,25 A = 0,75 A + 1,50 A
1 We verwaarlozen de effecten ten gevolge van het feit dat er wisselstroom door de luidsprekers loopt.
Opgave 1 BKGT
Een 16 Ω luidspreker en een 8 Ω luidspreker worden parallel aangesloten op een versterker.
Ga er van uit dat ze als weerstand werken.
Gevraagd: de vervangingsweerstand Rv
Opgave 2 BKGT
Twee weerstanden (25 Ω en 40 Ω) zijn parallel geschakeld.
Door de 40 Ω weerstand loopt een stroom I = 0,3A
Gevraagd: de stroom I door de weerstand van 25 Ω.
Opgave 3 GT
Een achterruit verwarming van een auto bestaat uit 13 draden van 1,3 meter per stuk.
(ρdraad = 88.10-8Ω.m)
De stroom uit de accu I = 0,16A
De draden zijn parallel aangesloten op de accu met een spanning U van 12V.
Gevraagd: de oppervlakte van 1 draad.
