osbexact.nl


P6 Verkeerd textiel etiket?

Inleiding

Kleren worden gemaakt van textiel.
Maar textiel kan van alles zijn: katoen, wol, synthetisch, viscose (deze laatste vezel wordt uit hout gemaakt). In elk kledingstuk vind je een etiket waarop staat welke stof is gebruikt.
Het komt voor dat het etiket niet de juiste informatie geeft.
Maar wat klopt er dan niet? Er is een manier omuit te vinden met welke stof je te maken hebt.
Daarvoor moet je de brandproef en soms de bevochtigingsproef uitvoeren.
De eigenschappen van de stoffen verschillen namelijk en zijn daarbij herkenbaar.

Brandproef
katoenvat vlam en brandt snel op, geeft geen as, laat geur na van verbrand papier
wolvat geen vlam, schroeit maar brandt niet, laat een verpulverbare asbol na, laat geur na van schroeiend haar
viscosevat vlam en brandt snel op, geeft geen as, laat geur na van verbrand papier
synthetischvat soms vlam maar smelt altijd, laat een harde asbol na, laat geur na die kan variëren van vissig tot zurig of zoet
Bevochtingingsproef
katoennat sterker dan droog
wolnat en droog even sterk
viscosenat zwakker dan droog
synthetischnat en droog even sterk

Proefbeschrijving

1. Titel

Verkeerd textiel etiket?

2. Informatie

3. Onderzoeksvraag

Kan ik met de brandproef en de bevochtingsproef herkennen welke stof er gebruikt is in het textiel?

4. Wat verwacht je?

5. Hoe ga je dat onderzoeken?

Ik ga de brandproef en de bevochtingsproef uitvoeren op draadjes die ik krijg.
Ik ga mijn waarnemingen vergelijken met de stofeigenschappen van textiele stoffen.
Zo kan ik uitvinden uit welke stof elk draadje is gemaakt.

6. Wat heb je nodig?

7. Hoe voer je de proef uit?

Brandproef

Ik neem een draad en houd deze strak tussen duim en wijsvinger van beide handen. Dan beweeg ik de draad langzaam in de richting van de vlam en kijk wat er gebeurt.
Ook ruik ik goed welke geur wordt nagelaten. Dit doen ik met de vier draadsoorten. Ik noteer mijn bevindingen.

Bevochtingsproef

Ik neem een draad tussen duim en wijsvinger van beide handen. Ik vraag een klasgenoot met een druppelpipet water op het midden van de draad te druppelen. Dan probeer ik de draad stuk te trekken en kijk waar de draad breekt.

8. Veiligheid

Houdt de draadjes tijdens de brandproef zoveel mogelijk bij de vlam en niet in de vlam.
Synthetische draden smelten. Pas op dat wat er smelt, niet op je vingers valt.

9. Wat neem je waar?

Waarnemingen
Vezel 1:
Vezel 2:
Vezel 3:
Vezel 4:

10. Verwerking van de waarnemingen?

Ik verwerk de gegevens in onderstaande tabel:

VezelSmeltSchroeitBrandtAsGeurBreekt op natte plekBreekt op droge plek
1katoen
2wol
3viscose
4synthetisch

11. Wat is je conclusie?

Uit de waarnemingen blijkt dat ik van ........... vezels nauwkeurig kan vaststellen uit welke stof deze bestaan.
Die vezels zijn nummer .......... Deze vezels zijn achtereenvolgens gemaakt van ......

12. Ten slotte

Verslag

Van deze proef schrijf je een compleet verslag (punt 1 tot en met 12)