osbexact.nl


Verslag schrijven

Het schrijven van een verslag

havo/vwo

Een goed verslag is overzichtelijk opgebouwd en geschreven in een zakelijke, onpersoonlijke vorm. Gebruik dus geen ik, we, je, enz.
De volgende onderdelen horen thuis in elk verslag in onderstaande volgorde:

Titel

De titel maakt in ca. 5 tot 8 woorden duidelijk waar het verslag over gaat.

Namen, klas en datum

Direct onder de titel staat je eigen naam, de namen van de leerlingen met wie je hebt samengewerkt, je klas en de datum waarop je de proef hebt uitgevoerd.

Inleiding

Onder een kopje “Inleiding” vertel je iets over de aanleiding van de proef en eventueel in welk kader de proef past.
Onderzoeksvragen en hypothesen horen hier nog niet!

Onderzoeksvraag

Onder een kopje “Onderzoeksvraag” formuleer je wat je precies met de proef te weten wilt komen. Je doet dit in de vorm van een korte en duidelijke onderzoeksvraag.

Theorie (afhankelijk van de proef)

Onder een kopje “Theorie” leg je de theorie (of voorkennis) uit die je gebruikt hebt om te komen tot een eventuele hypothese of de theorie die je nodig had om de proef uit te kunnen voeren.
Wanneer dat voor de opbouw van je verslag beter is, mag je het onderdeel “Theorie” ook plaatsen voor de onderzoeksvraag. Je mag de theorie ook opnemen als argumenten bij de hypothese.

Hypothese (indien mogelijk of gewenst)

Onder een kopje “Hypothese” kun je een hypothese geven. Meestal zal dit een te verwachten antwoord op de onderzoeksvraag zijn. Een hypothese is altijd onderbouwd met argumenten die gebaseerd zijn op de theorie die je al kende (en die al onder het kopje “Theorie”genoemd mogen zijn).

Werkwijze

Onder een kopje “Werkwijze” beschrijf je in je eigen woorden hoe je de proef hebt uitgevoerd. Doe dit zodanig dat een ander op grond van jouw beschrijving de proef zou kunnen herhalen.
Je mag de “Werkwijze” ook in de vorm van een voorschrift schrijven, maar dan wel zodanig dat een ander de proef precies zou kunnen uitvoeren als jij gedaan hebt. Een voorschrift letterlijk overschrijven uit het boek is vaak niet goed, omdat je meestal een aantal stappen anders uitgevoerd hebt. Die moeten in jouw voorschrift dan wel zijn opgenomen.
Resultaten horen hier nog niet, ook geen waarnemingen!

Materialen

Onder een kopje “Materialen” geef je een overzicht van de gebruikte materialen. Hiertoe behoren ook gebruikte apparatuur en chemicaliën.
Maak zo mogelijk een tekening van de gebruikte opstelling.

Resultaten

Onder een kopje “Resultaten” geef je een overzicht van je waarnemingen (dit zijn ook resultaten!) en/of je meetresultaten. Doe dit zo veel mogelijk in de vorm van tabellen. Zet meetresultaten zo mogelijk ook uit in een grafiek.
Verklaringen en uitwerkingen van de resultaten horen hier nog niet!

Uitwerking (afhankelijk van de proef)

Onder een kopje “Uitwerking” geef je de uitwerking van de meetresultaten. Laat deze uitwerking (met name de berekeningen) duidelijk zien en presenteer de uitkomsten in de vorm van een tabel, zo mogelijk met een grafiek.
Verklaringen van de (uitgewerkte) meetresultaten horen hier nog niet!

Betrouwbaarheid (vanaf de 4e klas)

Onder een kopje “Betrouwbaarheid” bepreek je de betrouwbaarheid van je waarnemingen en/of meetresultaten. Je bespreekt waar er iets mis kan zijn gegaan bij de uitvoering van de proef en welke fouten er gemaakt zijn of gemaakt kunnen zijn. Onnauw¬keurigheden in de waarnemingen en/of meetresultaten horen hier zeker ook bij. Maak duidelijk onderscheid tussen fouten die het gevolg zijn van onzorgvuldig werken en onvermijdelijke systematische fouten en (meet)onnauw¬keurigheden (toevallige fouten) die enkel het gevolg zijn van de gevolgde werkwijze (en de gebruikte meetinstrumenten).
Neem meetonnauwkeurigheden zo mogelijk ook al op in de tabellen en grafieken bij de “Resultaten” en de “Uitwerking”.

Bespreking

Onder een kopje “Bespreking” geef je eerst een verklaring van de waarnemingen en de (uitgewerkte) meetresultaten. Deze verklaring leidt in principe tot het antwoord op de onderzoeksvraag.
Vervolgens kun je eventuele kritische kanttekeningen plaatsen bij deze verklaring, bijvoorbeeld aan de hand van de betrouwbaarheid van je waarnemingen en de (uitgewerkte) meetresultaten.

Conclusie

Onder een kopje “Conclusie” herhaal je kort (in 1 à 2 zinnen) het antwoord op de onderzoeks¬vraag, zoals dit (nog niet expliciet) al naar voren is gekomen in het onderdeel “Bespreking”.
Wanneer je een hypothese hebt gegeven, vermeld je ook of de hypothese juist was of niet.
Schrijf je conclusie zodanig dat deze begrepen kan worden zonder het lezen van de rest van het verslag.

Bronnen (alleen in de hogere klassen)

Onder een kopje “Bronnen” kun je een overzicht geven van de gebruikte bronnen.

Nawoord (eventueel)

Onder een kopje “Nawoord” kun je mensen bedanken, die aan de uitvoering of uitwerking van de proef een belangrijke bijdrage hebben geleverd. Dit is vooral gebruikelijk bij grotere proeven.
Je docent hoef je voor zulke bijdragen niet te bedanken. Dat is gewoon zijn of haar werk ;-)
Jouw mening over de proef (of je het een leuke of zinvolle proef vond) kun je ook geven onder het kopje “Nawoord”.